Uitzonderlijk hoogbegaafd


Inhoudstafel





Wat is het (niet)?

Er gaan heel wat mythes de ronde over hoogbegaafdheid, zo ook over uitzonderlijke hoogbegaafdheid - ook wel uitzonderlijk begaafd, UHB of hyperhoogbegaafd genoemd. In de Engelstalige literatuur wordt er verwezen naar respectievelijk highly-exceptionally and profoundly giftedness verwezen, high+ giftedness of highly-profoundly giftedness.

Kijken we puur naar de IQ-scores – maar dat is een enge versie om naar hoogbegaafdheid te kijken - dan is een hoogbegaafd kind een kind met een IQ van 130 en hoger. Uitzonderlijke hoogbegaafdheid kent in de Angelsaksische landen nog een verdere onderverdeling. Highly gifted begint bij een IQ-score van 140-145. Vervolgens is er exceptionally gifted, voor kinderen met een IQ van 160 en meer, en profoundly gifted voor kinderen met een IQ-score van 180 en meer (bron: davidsongifted.org). In België en Nederland kunnen we maar testen tot 145, het Nederlandstalige testpubliek is te klein om relevante testings te kunnen ontwikkelen. Daarom wordt vaak gesproken van 145+ voor uitzonderlijke hoogbegaafdheid.

Enkel naar IQ-scores kijken zorgt ervoor dat veel uitzonderlijk hoogbegaafde kinderen over het hoofd gezien worden: te ver denken, faalangst, presteren onder tijdsdruk, … het is niet bij ieder kind zo, maar het is wel mogelijk een probleem op een testing. Daarom kijken wij bij Talentvol ook naar andere kenmerken. Twee “hallmark traits” van uitzonderlijke hoogbegaafdheid zijn de overprikkelbaarheden en de asynchrone ontwikkeling.

Dabrowski omschreef overprikkelbaarheden of intensiteiten. Prikkels komen harder en dieper binnen bij onze kinderen, zijnde cognitief, emotioneel, zintuigelijk, imaginair of psychomotorisch (denk maar aan het niet kunnen stilzitten) (https://www.positievedesintegratie.nl>).

Deze overprikkelbaarheden verklaren het gedrag van onze kinderen en worden door professionals – naast asynchrone ontwikkeling - de “hallmark traits” (de belangrijkste kenmerken) van uitzonderlijke hoogbegaafdheid genoemd: het ‘flauw’ doen, het druk doen, het geïrriteerd worden op de kleinste geluidjes, de onstilbare drang naar kennis.

Dabrowski verklaart ook de existentiële depressies waar onze kinderen en jongeren mee worstelen: wat is het nut van mijn leven? Waarom leren mensen maar niet uit hun fouten? Wat doe ik hier?

De ontwikkeling van deze kinderen verloopt asynchroon. Ze ontwikkelen zich sneller in de verwachtingspatronen van vriendschappen, hebben een groter rechtvaardigheidsgevoel, kunnen systemisch denken (het grote geheel en de onderlinge verbindingen zien), en hebben een grote, nagenoeg onstilbare leerhonger. Je kind van 6 kan dus boeken lezen voor een 12-jarige, vragen stellen over de leerstof uit het middelbaar onderwijs, sociale verwachtingen voor een achtjarige hebben en de motorische vaardigheden van zijn leeftijd.

De meest aanvaarde definitie van hoogbegaafdheid is deze van de Columbus Group (1991):

“Giftedness is asynchronous development in which advanced cognitive abilities and heightened intensity combine to create inner experiences and awareness that are qualitatively different from the norm. This asynchrony increases with higher intellectual capacity. The uniqueness of the gifted renders them particularly vulnerable and requires modifications in parenting, teaching, and counseling in order for them to develop optimally.”

Verder zijn deze kinderen ook in staat om abstract te denken. Vergelijk het met kijken naar een kunstwerk. Concrete denkers zien bijvoorbeeld hoe een moeder haar kind vasthoudt op het schilderij. Een abstracte denker vraagt zich af hoe mensen in dat tijdperk leefden, of moederliefde destijds hetzelfde betekende als nu, vraagt zich af hoe de schilder leefde en waarom hij voor deze kleuren heeft gebruikt, of er ook vrouwelijke schilders bestonden (en waar die schilderijen dan hangen), … En dat allemaal op een minuut tijd!

Door abstract te denken zie je verbindingen waar andere mensen deze niet zien. Concrete denkers houden vast aan de gangbare systemen in hun besluit- en oordeelvorming, abstracte denkers hebben net moeite om zich te beperken tot de gangbare systemen.

Het wat-als continuum (zie boek “Slapende Leeuwen”) past hier ook onder: zij kunnen zich een wereld voorstellen waarin iets al mogelijk is. Een generatie geleden hebben we de mensen gehad die zich afvroegen: wat als we wel zonder draad konden telefoneren, en wat als het internet wel in onze broekzak past?

Uitzonderlijk hoogbegaafden doen aan meta-denken. Gemiddeld begaafden denken stap voor stap, hoogbegaafden denken in sprongen (“skip-thinking”), uitzonderlijk hoogbegaafden kunnen dus meta-denken: zijn zien het patroon in complexe informatie, zien onderlinge verbanden, tegenstrijdigheden, problemen, ... op niet-lineaire manier. Ze zijn in staat om opgedane kennis snel te theoretiseren, zodat de theorie opnieuw kan toegepast in toekomstige, gelijkaardige situaties.

Dit zorgt ervoor dat wat anderen aanzien als complex, voor hen net heel eenvoudig is, maar het simpele is net moeilijk. “Hoe gaat het met je?” heeft vele diepere lagen (bedoel je privé, op het werk, mijn nieuwe hobby, nu, vandaag of in mijn hele leven, ...?).

Je bent in staat om over je eigen gedachten, je eigen leerproces, kennis, herinneringen en begrip na te denken en dit ook in vraag te stellen. Deze vaardigheid zet je eigen leerproces nog eens in een stroomversnelling: doordat je in staat bent jezelf in vraag te stellen en te analyseren, kan je ook sneller je eigen tekortkomingen corrigeren en een nog efficiënter leerproces in gang zetten.

“Goed genoeg”. Bij hoogbegaafden komt er tijdens het vergaren van kennis en ervaringen een “goed genoeg”-punt. De hoogbegaafde weet wat hij wil weten en kan even de tijd nemen om stil te staan vooraleer hij overgaat naar een volgend kennisproject, een volgende leerhonger. Uitzonderlijk hoogbegaafden kennen dit punt niet. Alles is onderhevig aan bevraging en verandering. Elk antwoord biedt ruimte voor tien nieuwe vragen. Dit gevoel, dat anderen – ook hoogbegaafden – niet kennen, zorgt ervoor dat veel uitzonderlijk hoogbegaafden vaak “met de rem op” leven om te kunnen meedraaien in de maatschappij.

Immersie en autodidact. Uitzonderlijk hoogbegaafden zijn in staat om op snel tempo grote hoeveelheden leerstof te verwerken. Wanneer een onderwerp hun aandacht geeft, kunnen ze hier volledig in opgaan. Deze leerstof verwerken ze op een niet-lineaire manier. Hierbij is meestal weinig hulp nodig (wat niet hetzelfde is als ‘geen’!). Scaffolding wordt bij uitzonderlijk hoogbegaafden aangeraden als goede manier om hen deze leerstof te helpen verwerken. Deze manier van werken staat haaks op de leernoden van een gemiddeld begaafd kind en de schoolse manier van lesgeven.

Doordat hoogbegaafden zo ver en diep nadenken en het gewend zijn met alles snel weg te zijn, kan de lat gigantisch hoog liggen in hun leven. Idealisme en perfectionisme zijn dan ook deel van de hoogbegaafde, en zeker van de uitzonderlijk hoogbegaafde. Dit gaat over meer dan goede punten halen. Wanneer onze kinderen tekenen, moeten de bomen van het blad spatten, leren lezen doe je meteen met een echt boek. We vinden deze lat vaak onrealistisch hoog, en vaak maken ze het zichzelf inderdaad moeilijk door van zichzelf en anderen zulke hoge eisen te stellen. Maar laat ons ook niet vergeten dat we dit bekijken vanuit een niet-hoogbegaafde bril. Niet zelden is deze lat, mits de nodige ondersteuning en de juiste omgeving, wél haalbaar voor hen.

De nood voor precisie is ook stevig aanwezig: zeg nooit steentjes tegen grind, of tablet tegen een I-pad en geef geen oranje potlood wanneer er tandvleeskleur werd gevraagd! Ook in vriendschappen of verwacht gedrag naar zichzelf toe kan de lat bijzonder hoog liggen.

Minder bekend zijn de neiging tot reactieve hypoglycemie en hogere hartslag. Onderzoek is hiervoor nog verder nodig, maar studies wijzen erop dat hoogbegaafden sneller last hebben van een dip enkele uren na het eten. De reactieve hypoglycemie zou te maken hebben met het feit dat het hoogbegaafde brein meer glucose verbruikt om te kunnen functioneren. Vermoedelijk komt de hogere hartslag vanuit de prikkelgevoeligheid.

Verder wordt er onder uitzonderlijk hoogbegaafden een hogere incidentie vastgesteld van linkshandigheid, bijziendheid, allergieën, astma en andere auto-immuunziektes.

Uitzonderlijke hoogbegaafdheid is dus héél wat meer dan een hoog IQ, en dat maakt de begeleiding van deze kinderen zo complex. Een hoogbegaafd kind heeft voldoende aan versnellen en verrijken. Uitzonderlijk hoogbegaafde kinderen kunnen blijven versnellen, de verrijkingsmaterialen zijn niet rijk genoeg en bieden zelden voldoende antwoord op de vragen die ze écht hebben. Bovendien zijn er maar weinig mensen in hun omgeving die hun complexiteit echt vatten en erop kunnen inspelen.

“Profound giftedness is significantly advanced cognitive abilities and development, as compared to those of peers in the chronological age group, experienced through heightened sensitivity, intensity, and awareness identifiable through social, emotional, physical, cognitive, and/or altruistic behaviors, developmental milestones, and life experiences across the lifespan. This intuitive, and often asynchronous, human development is at high risk of misunderstanding, misidentification, and misdiagnosis (the 3Ms), and requires support and scaffolding from like-minded peers, mentors, and practitioners to meet the profoundly gifted individual’s exceptionally unique educational and developmental needs, and to provide fitting opportunities for positive growth and well-being (IGC, Research Center for the highly- profoundly gifted, based on the works of Terman, Hollingworth, Columbus Group, Clark, Gross, Dabrowski & Piechowski, Webb, et al.)”

The IGC, Research Center for The Highly-Profoundly Gifted, 2019 (https://giftedconsortium.com/)





Hoe voelt het om uitzonderlijk hoogbegaafd te zijn?


De slapende leeuw


“Zij dacht dat hij de vraag niet begreep. Het was zij die zijn antwoord niet begreep.”


145+

Je kind heeft een IQ van 145+. Wat betekent dat, die 145? En waarvoor staat die "+"? Als je het zo ziet, zou je zeggen dat een IQ van 180 en 145 net hetzelfde is. Alsof je na een IQ-test te horen krijgt: "Mevrouw, uw kind heeft een IQ van 110 -". Het kan 80 zijn, of 108.

Je leest boeken over hoogbegaafdheid, maar voelt je toch net niet aangesproken. Ergens wringt het. Ergens is het toch anders. Je gaat naar school en bespreekt het met de zorg, met de leerkrachten. Ze stellen je gerust: "Wij hebben kangoeroeklassen en differentiatiemateriaal". De school wil wel, de school probeert, maar je kind gaat er niet op vooruit...


In het hoofd van je kind zit een leeuw

Een leeuw die jaagt op kennis, wil genieten van de rijkheid van zijn omgeving, alles wil horen en zien en erkenning wil krijgen voor zijn capaciteiten.

Vanbinnen zit er meer grootsheid dan wat je achter de schoolbanken ziet zitten.

Hij voelt zich niet uitgedaagd door een uurtje kangoeroeklas of het differentiatiemateriaal dat gemaakt is voor een gewoon hoogbegaafd kind.


Hij heeft een constante honger: leerhonger.

Hoeveel je ook aanbiedt, het lijkt amper genoeg. De hoeveelheden die hij verorbert, zijn enorm. Elk antwoord wordt gecounterd door vraag naar meer.


Complex=simpel.

Wat voor een ander complex lijkt, is voor hem evident. Hij begrijpt hoe hij het beste kan jagen: snelheid, ondergrond, hoek om te springen, hoe hard en waar hij moet bijten, ... Hij vindt dat moeilijk uit te leggen. Dat is zijn natuur, dat is zijn normaal. Hoe leg je dat uit?


Te lang te weinig om handen maakt de leeuw lui.

De gazellen mogen voor zijn ogen staan dansen, hij zal niet bewegen. De leeuw heeft geen zin meer. Zijn intrinsieke leerhonger is weg. Hij is al te lang op dieet gezet.


Wat wil jij nu (w)eten?

Het simpele is complex voor hem. Hij is niet geboren om te aanvaarden dat dingen nu eenmaal zijn zoals ze zijn. Zijn hoofd is koning, zijn hoofd is baas, zijn hoofd wil weten. Na een lang dieet, is dat een moeilijke vraag: "wat wil jij nu (w)eten?"

Als hij in de spiegel kijkt, schrikt hij van wat hij ziet. Wie ben ik? Een kleine kat, of een grote leeuw?





Wat zijn de kenmerken van een uitzonderlijk hoogbegaafd kind?

Uitzonderlijke hoogbegaafdheid wordt ook wel uitzonderlijk begaafd, UHB of hyperbegaafd genoemd. In de Engelstalige literatuur wordt er naar respectievelijk highly-exceptionally and profoundly giftedness verwezen, high+ giftedness of highly-profoundly giftedness.

Meer en omsluitend onderzoek is nodig naar uitzonderlijke hoogbegaafdheid. Hier vind je de meest courante kenmerken (al is courant vrij relatief in het gegeven uitzonderlijk hoogbegaafd)?

  • Bron: Lovecky
    • Het simpele is complex
    • Het complexe is simpel
    • Nood aan precisie
    • De mogelijkheid om al op jonge leeftijd abstract te denken
    • Snel begrip van de essentie
    • Hoog vermogen tot empathie
    • Uitzonderlijk geheugen
    • Voorkeur voor immersie
  • Bron: giftedconsortium.org
    • Reactieve hypoglycemie
    • Hogere hartslag
  • Bron: Powell & Haden
    • Creëren zelf de structuur
    • Grote drang om te weten
    • Extreme efficiënte informatieverwerking
    • Geïntegreerde denkers
  • Bron: davidsongifted.org
    • Buitengewoon hoge verwerkingssnelheid
    • Snel en grondig begrip van ideeën en concepten
    • Ongewone mogelijkheid om essentiële elementen, onderliggende structuren en patronen in relaties en ideeën te doorgronden
    • De nood aan precisie in het denken en uitdrukken, wat zorgt voor de nood om fouten te corrigeren en argumenteren
    • Mogelijkheid om een breed scala aan ideeën met elkaar in verband te brengen en onderlinge overeenkomsten te synthetiseren
    • Vroege ontwikkeling van een hoge mate van abstract denken
    • Waardering voor complexiteit, het vermogen om talloze alternatieve betekenissen te vinden in zelfs de meest eenvoudige kwesties of problemen
    • Vermogen om te leren op een integratieve, intuïtief niet-lineaire manier
    • Een buitengewone mate van intellectuele nieuwsgierigheid
    • Ongebruikelijke capaciteit voor geheugen
    • Een lange concentratiespanne
    • Een fascinatie voor ideeën en woorden
    • Een uitgebreide woordenschat
    • Mogelijkheid om vele kanten van een probleem waar te nemen
    • Argumentatiekracht
    • Geavanceerde visuele en motorische vaardigheden
    • Van jongs af aan kunnen denken in metaforen en symbolen, een voorkeur daarvoor
    • Mogelijkheid om modellen en systemen te visualiseren
    • Mogelijkheid om met grote intuïtieve sprongen te leren
    • Zeer eigenzinnige interpretaties van gebeurtenissen
    • Bewustzijn van details
    • Ongewone intensiteit en diepte van gevoel
    • Een hoge mate van emotionele gevoeligheid
    • Sterk ontwikkelde moraal en ethiek en vroege zorg voor morele en existentiële kwesties
    • Ongebruikelijk en vroeg inzicht in maatschappelijke en morele vraagstukken
    • Vermogen om empathisch ideeën en andere mensen te begrijpen en ermee om te gaan
    • Een buitengewoon hoog energieniveau
    • Een noodzaak voor de wereld om logisch en eerlijk te zijn
    • Overtuiging van de juistheid van persoonlijke ideeën en overtuigingen




Kan je per ongeluk te hoog scoren op een IQ-test?

We krijgen regelmatig de vraag of een kind niet toevallig zijn hoge score heeft behaald. Als ouder is het vaak schrikken wanneer je de IQ-score van je kind ziet, maar je kind kan niet per ongeluk te hoog scoren.





Wat heeft mijn kind nodig?

Het traject van een uitzonderlijk hoogbegaafd kind vraagt veel aanpassingen, maatwerk en ad hoc bekijken waar je staat. Als ouder ga je leren loslaten, leren om weg te stappen van de begane paden. Deze paden zijn gemaakt voor het gemiddelde kind, maar werken niet voor jouw kind. Buitenlandse experten wijzen op het feit dat veel uitzonderlijk hoogbegaafde kinderen uiteindelijk in het huisonderwijs terechtkomen. Er wordt opgemerkt dat deze kinderen goed in het systeem en de werkwijze van huisonderwijs passen, maar dat de werklast en intensiteit van de begeleiding (de gigantische leerhonger, de asynchroniteit en de intensiteiten) niet eenvoudig zijn om te dragen als gezin.

Een hoogbegaafd kind komt toe met verrijking en versnelling. Uitzonderlijk hoogbegaafde kinderen hebben ook hiermee niet voldoende uitdaging. Hun brein heeft nood aan veel input, prikkeling en denkwerk. Waar school de leerstof voor kinderen behapbaar maakt, in stukjes hakt en de structuur en logica uitlegt voor de kinderen, zijn onze uitzonderlijk hoogbegaafde kinderen in staat systemisch te denken en zelf structuur in de leerstof te vinden. Ze zijn in staat om op een zeer efficiënte manier leerstof te verwerken in hun hoofd.

Waar een gemiddeld begaafd kind nood heeft aan gemiddeld 8-10 keer herhaling, een hoogbegaafd kind aan 1-3 keer, heeft een uitzonderlijk hoogbegaafd kind nood aan 0-1 herhaling. Soms is het voldoende om enkele puntjes te zetten en te kijken hoe ze zelf in staat zijn deze puntjes met elkaar te verbinden.

Uitzonderlijk hoogbegaafde kinderen hebben dus nood aan een andere leeromgeving: de leerstof is diepgaand, complex, breed reikend en snel. Van deze kinderen mag en moet je veel autonomie verwachten. Dat is niet hetzelfde als het alleen doen, je besteedt voldoende aandacht voor wat Engelstalige studies “scaffolding” noemen (bron: https://giftedconsortium.com/"). Bovendien moet de aanpak holistisch zijn. Deze kinderen hebben weinig ankerpunten in hun leven, weinig herkenning en erkenning voor hun manier van denken en zijn. Aandacht voor de ‘vragen des levens’ die ze hebben, aandacht voor wie zij zijn en hoe de maatschappij werkt, psycho-educatie is dus zeer belangrijk voor kinderen die leven in een wereld die zo anders is dan hen.

Bij Talentvol gaan we voor een holistische aanpak: we werken aan hoofd, hart en lichaam via mentors en peers.

Hoofd

Het verrijkingsmateriaal voor hoogbegaafden voldoet zelden voor uitzonderlijk hoogbegaafden. Uitdaging op maat van het uitzonderlijk hoogbegaafde brein is dus noodzakelijk. Dit materiaal moet niet meer zijn, maar vooral complexer en diepgaander.

“Educationally, curriculum and programs developed for gifted learners are not sufficient for the exceptional needs of the profoundly gifted. An equally important acknowledgment is that the social and emotional development of profoundly gifted children differs and coincides with their advanced cognitive abilities”

Hart

Uitzonderlijk hoogbegaafde kinderen leven in een wereld met mensen die anders naar zichzelf en de maatschappij kijken dan hen. Zelfinzicht, inzicht in het denkproces van anderen en een realistisch zelfconcept zijn dus nodig om zelfverzekerd in de wereld te staan. Wat maakt mij gelukkig?

Lichaam

Door hun perfectionisme, idealisme en innerlijke onrust zijn uitzonderlijk hoogbegaafdhen gevoeliger voor burn-out en bore-out. Wanneer je vastzit in je eigen hoofd, negeer je ook de signalen van je lichaam. Leer je kind de signalen herkennen wanneer het niet goed gaat: wat betekent die buikpijn, hoofdpijn, misselijkheid nu echt? Waarom kan ik niet van mijn nagels blijven of waarom ben ik steeds zo boos als ik van school kom? Waarom heb ik nood aan beweging of creatief bezig zijn en wat doet dat met mij?

Peers

Veel uitzonderlijk hoogbegaafden hebben het gevoel alleen en niet begrepen te zijn. Ontwikkelingsgelijken vinden is dus zeer belangrijk voor hen. Anderen met wie ze kunnen praten over wat zij belangrijk en interessant vinden. Of zoals sommige kinderen het bij ons zeggen “aan wie ze sommige dingen niet meer eerst moeten beginnen uitleggen”. Uitzonderlijk hoogbegaafden zijn vaker introvert. Zorg er dus voor dat je die activiteiten uitkiest die rekening houden met introversie.

Mentors

Zoek een mentor voor je kind. Een mentor is iemand die je manier van zijn en denken begrijpt en samen met jou op pad gaat. Bij Talentvol spreken we van twee vormen van mentorschap: een mentor van het leven, en een vakmentor. Een mentor van het leven begrijpt hoe jij als persoon in elkaar zit, en toont je hoe je met vallen en opstaan je weg in het leven vindt, kadert gebeurtenissen voor je, helpt je wanneer je valt en supportert wanneer het goed gaat. Een vakmentor neemt je mee in een kennisdomein waar jij meer over wil weten. Beide zaken zijn voor uitzonderlijk hoogbegaafden vaak moeilijk te vinden: weinig begrijpen hen, en -als ze niet worden afgeschrikt door hun kleine gestalte –weinigen hebben voldoende kennis en inzicht om hen vakinhoudelijk mee te nemen.





Wat zijn de noden van mijn kind?

Er zijn meerdere namen in de omloop voor uitzonderlijk hoogbegaafde kinderen. Uitzonderlijk begaafd, UHB of hyperhoogbegaafd zijn naast uitzonderlijk hoogbegaafd het meeste in omloop. Zelf kiezen we in het Nederlands voor uitzonderlijke hoogbegaafdheid. In de Engelstalige literatuur wordt er verwezen naar respectievelijk highly-exceptionally and profoundly giftedness verwezen, high+ giftedness of highly-profoundly giftedness.





Klopt het dat er nog maar weinig geweten is over uitzonderlijke hoogbegaafdheid?

De papers en boeken over uitzonderlijke hoogbegaafdheid zijn bij wijze van spreken op een hand te tellen. Kennis van het Engels lijkt een basisvoorwaarde om je eigen kind beter te begrijpen, en de studies hebben dan ook vaak een Amerikaanse inslag, een Amerikaans perspectief om naar de zaken te kijken. Wetenschappelijk onderzoek is onbewust ook onderhevig aan culture vooringenomenheid (bron: Persson, boek in opmaak).

De groep van uitzonderlijk hoogbegaafde kinderen is een kleine groep om studies op te voeren, wat statistische relevantie niet makkelijk maakt. Uitzonderlijk hoogbegaafden zelf staan ook niet te springen om hun vaak getroebleerde leven onder de loep te laten leggen door onderzoekers.

In het verleden werd er nog vaak vanuit gegaan dat er geen onderscheid was tussen hoogbegaafdheid en uitzonderlijke hoogbegaafdheid. Deze groep redt het toch wel, en oud onderzoek spitste zich toe op het geniale brein als “quirk” (eigenaardigheid) en gaf idealiter het geheim prijs hoe de gewone man in de straat net zo geniaal kon worden. Gesubsidieerd onderzoek is ook vandaag nog bijzonder moeilijk te verkrijgen. Willen we echter onze “toekomstige intelligentsia” een eerlijke kans geven, zal er toch meer ingezet moeten worden op het creëren van stimulerende en holistische omgevingen.

Onderzoek spitste zich in de 20e eeuw vooral toe op louter het cognitieve aspect. Ondertussen komt er meer begrip en inzicht voor het totaalbeeld van uitzonderlijke hoogbegaafdheid, waarbij Dabrowski’s overexcitabilities al snel naar boven komen als meest omvattende theorie van uitzonderlijke hoogbegaafdheid.

Leta Hollingworth was de eerste die echt onderzoek voerde naar de uitzonderlijk hoogbegaafden en haar boeok wordt, 100 jaar na datum, nog steeds als een belangrijk en zeer inzichtelijk boek beschouwd. Ook Miraca Gross verschafte ons een groot inzicht in uitzonderlijk hoogbegaafden, ook in niet-cognitieve aspecten zoals de hogere incidentie van allergieën en bijziendheid.

Onderzoek naar de werking van het hoogbegaafde brein is nog maar recent opgestart, maar zou een belangrijke doorbraak kunnen zijn om aan te tonen hoé anders het hoogbegaafde brein is.





Lees- en luistertips





Podcast Internation Gifted Consortium

Podcast met Els De Wit








Ontdek hier het aanbod!